Pomp veiligheid

Pompen : algemene veiligheidstips

ONTHOUD ALTIJD : Veiligheid is de primaire verantwoordelijkheid van de gebruiker

    1. Lees de onderhouds- en bedieningsvoorschriften nauwkeurig voor dat u begint met installatie, bediening of onderhoud aan de pomp en bijbehorende installatie(s).

 

    1. Over-verhitte pompen en motoren kunnen verbranding en andere verwondingen veroorzaken. In geval van over-verhitting:

 

      1. Stop de pomp ogenblikkelijk.

 

      1. Laat de pomp afkoelen tot de omgevingstemperatuur.

 

      1. Laat eventuele vloeistof in de pomp voorzichtig aflopen via de aftap plug.

 

      1. Raadpleeg de onderhouds en bedienings voorschriften voor dat u de pomp weer opstart.

 

    1. Stel de installatie nooit in bedrijf voordat alle veiligheids afschermingen en –kappen gemonteerd zijn.

 

    1. Benader werkende installaties altijd voorzichtig.

 

    1. Gebruik een pomp alleen voor de toepassing, waarvoor deze ontworpen en geleverd is.

 

    1. Verpomp brandbare en corrosieve vloeistoffen alleen met een daarvoor special ontworpen pomp.

 

    1. Gesloten of geblokkeerde pers- en zuigleidingen zijn een belangrijke oorzaak van oververhitting.

 

    1. Zorg ervoor dat de pomp uitsluitend draait in de aangegeven rotatie richting. Tegengesteld draaien zal schade opleveren aan de pomp en de inwendige onderdelen.

 

    1. Plaats een pomp op een goed toegangbare plaats, zo dicht mogelijk bij de te verpompen vloeistof.

 

    1. Zorg dat de pomp stabiel en stevig staat op de ondergrond.

 

    1. Controleer alle smeer- en koelmiddelen in de installatie regelmatig volgens de voorschriften.

 

    1. Bij het takelen/hijsen van pompen, moeten de hijsmiddelen voldoen aan de geldende voorschriften. Hijs rustig en met zorg.

 

    1. Nat zelf-aanzuigende pompen mogen nooit worden gestart voordat ze gevuld zijn. Een droge pomp zal geen vloeistof aanzuigen, drooglopen en over verhitten.

 

    1. Verwijder geen onderdelen bij een oververhitte pomp. Lat de pomp rustig afkoelen.

 

    1. Laat de pomp nooit draaien tegen een gesloten klep in de persleiding.

 

    1. Eventuele zuigkorven moeten regelmatig worden gecontroleerd op beschadiging en verstopping om problemen met de aanzuiging te voorkomen.

 

    1. Gebruik pompen nooit in explosieve omgevingen, tenzij de pomp daar special voor ontworpen en gecertificeerd is.

 

    1. Controleer elke pomp bij ontvangst op eventuele beschadigingen.

 

    1. Draag geen loszitten kleding, loszittende haren en/of sierraden in de nabijheid van draaiende machines.

 

    1. Lees altijd de onderhoud en bedieningsvoorschriften en bewaar deze.

 

    1. Verwijder geen labels, stickers, typeplaatjes of ander aanwijzingen van de pomp of de –installatie.

 

    1. Alleen gekwalificeerd personeel mag werken aan de pomp of de –installatie.

 

    1. Voordat begonnen wordt met werkzaamheden aan een pomp die door een brandstof motor wordt aangedreven dient men er voor te zorgen dat deze niet onbedoeld kan starten tijdens de werkzaamheden. Dit kan door:

 

      1. Uitschakelen van de hoofd schakelaar

 

      1. Uitschakelen van de hoofd zekering

 

      1. Verwijderen van aandrijf riemen indien aanwezig

 

      1. Ontkoppelen van de aandrijving

 

Bovenstaande zijn algemene aanwijzingen en kunnen per pompinstallatie anders zijn.

    1. Bij (dreigende-) vorst dient de pomp volledig afgetapt te worden.

 

  1. Indien de pomp opgesteld staat in een ondergrondse- of besloten ruimte, dienen de veiligheids voorschriften hieromtrent te worden gevolgd.