Pomp veiligheid

Brandstof motor aangedreven pompen

    1. Hitte en uitlaat gassen van verbrandingsmotoren zijn gevaarlijk. Zorg er altijd voor dat uitlaatgassen worden afgevoerd indien de motor wordt gestaart in een besloten ruimte.

 

    1. Vul de tank niet verder dan het aangegeven maximum.

 

    1. Zorg ervoor dat de motor niet kan worden gestart wanneer er onderhoud wordt gepleegd.

 

    1. Laat de motor afkoelen voor het (bij-) tanken.

 

    1. Laat alleen gekwalificeerd personeel werken met- en aan de motor.

 

    1. De gashandel mag niet gemodificeerd worden in een poging om meer toeren/vermogen uit de motor te krijgen. De gashandel is ingesteld op een veilig maximaal toerental.

 

    1. Brandstoffen moeten worden opgeslagen volgende de geldende veiligheid- en milieu richtlijnen.

 

    1. Zorg dat alle brandstof leidingen goed vast zitten en lekvrij zijn.

 

    1. Volg de onderhoud- en bedienings voorschriften van de motor fabrikant altijd op.

 

    1. Gebruik altijd de juiste brandstoffen en smeermiddelen.

 

    1. Pompen nooit plotseling afsluiten:

 

      1. Laat het toerental rustig teruglopen

 

      1. Open eventuele afblaas leldingen.

 

    1. Indien een afsluiter op de perszijde is gemonteerd, sluit deze dan ook rustig.